

We behandelen huisdieren steeds vaker als mensen: we kleden ze aan, vieren hun verjaardagen en kopen allerlei opvallende producten.
Soms is dat goed bedoeld, bijvoorbeeld een jas voor een kortharige hond in de winter, maar vaak draait het vooral om wat de mens leuk vindt. Dit is onderdeel van een bredere trend: vermenselijking van dieren (antropomorfisme).
Vroeger werden dieren gezien als gevoelloze machines, maar wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat dieren intelligent zijn en emoties en pijn kunnen ervaren. Daardoor zijn we dieren meer als gelijken gaan behandelen en zien veel mensen hun huisdier als een gezinslid. Dat heeft geleid tot betere zorg, voeding en aandacht, wat een positieve ontwikkeling is.
Toch schuilt er een risico in te ver doorschieten. Een dier is geen mens. Onnodig aankleden, verjaardagsfeestjes, kinderwagens, suikerhoudende snacks en overmatig knuffelen zijn vaak vooral leuk voor de eigenaar en kunnen zelfs het welzijn van het dier schaden. Dieren ervaren emoties anders dan mensen en hebben andere behoeften, gevormd door duizenden jaren evolutie.
Om dieren echt gelukkig te maken, moeten we ons verplaatsen in hun wereld en ze laten doen wat bij hun soort hoort: snuffelen voor honden, klimmen en krabben voor katten, graven en knagen voor konijnen. Laat dieren zichzelf zijn. Dat is wat hen echt gelukkig maakt.
Dierenbescherming